Onlangs schreef ik een stuk over het belang van ontmoeten. Dat inspireerde me om mijn meest fantastische reisontmoetingen van vorig jaar eens op een rijtje te zetten. Liefst zou ik een top 1000 maken met iedereen die me aanmoedigde tijdens het fietsen, meenam bij het liften en gastvrij was. Maar praktisch gezien was dat niet haalbaar. Ik beperk me daarom tot een top 10, waarvan in feite iedereen een eerste plaats verdient. Op plaats acht vindt u de vrouw van mijn leven en op vier bijna een gruwelijk ongeluk. Op zeven trouwens mannelijk naakt en op zes vrouwelijk halfnaakt.
Een dorp ten zuiden van Ouarzazate | Marokko
10 Aziz maakt me wakker uit een reis waarin ik niet wil zitten en zet me op het rechte pad om van Marokko te genieten met een open geest. Zoals ik dat gewoon ben. Hij leert me ook om snoepjes uit te delen aan kinderen. In het westen worden we als kind geïndoctrineerd om vooral géén snoepjes aan te nemen van vreemden. In Marokko waren de kindjes maar wat blij als die alien, met krulhaar en een bochel op zijn rug, hen een snoepje in de hand duwde in ruil voor het grootste geluk, een kinderglimlach. Aziz is een meester in hoofd- en bijzaken scheiden. “Laisse tomber,” zegt hij als een soort mantra op alles wat er niet echt toe doet. Toch was Aziz, toen ik hem ontmoette, aan het worstelen met zichzelf, zijn geaardheid en zijn situatie in Marokko. Hopelijk is die strijd nu achter de rug of is hij aan de winnende hand.
Een gehucht in het Centraal-Massief | Frankrijk
9 Bij de veertigers Francine en Paul val ik met mijn gat in de boter. Hun huis is een knus nest waar hun dochters Billie en Poppie ronddartelen als in een sprookje. Terwijl ik mijn tent opzet in de grote tuin, spelen de meisjes op de schommel. Schommelen is intrinsiek zorgeloos. Billie moet wel een toegangsticketje, in de vorm van een gevallen blad, betalen aan Poppie. Met een extra matras, een kussen en zachte dekens tovert Paul mijn tent ondertussen om tot een thuis voor één nacht.
Het avondeten is heerlijk en ik krijg een driedubbele portie. Paul is leerkracht, maar neemt het komend jaar vrij om zich bij te scholen in visuele kunsten. Francine werkt in een bibliotheek en ze overlaadt haar oogappels dagelijks met nieuwe prentenboeken en leesvoer. Voorlezen is hier een dagelijks sacraal moment.
’s Ochtends zijn er pannenkoeken met esdoornsiroop als ontbijt en de poppen mogen mee aan tafel. Voor Poppie en Billie is het leven één groot feest. Voor ik vertrek speel ik nog wat samen met hen met de speelgoeddieren. Billie amuseert zich als ik doe alsof ik bang ben van de plastieken varkens. Dit warme gezin geeft positieve energie voor een paar dagen. Bovendien krijg ik later een zeer mooie mail van hen. Het gevoel was blijkbaar wederzijds:
[…]Mais je tiens à te dire, que j’ai été particulièrement charmée par le naturel et la fraîcheur de ta présence. Alliés à l’intelligence et au savoir-vivre dans ta manière d’être, cela a fait de cette rencontre un moment très simple et très fort de partage. Je crois dur comme fer que la vie est belle et douce lorsqu’on en accueille les surprises avec simplicité et confiance. J’essaie de transmettre cela à mes filles: ton passage chez nous en a été l’illustration! […]
Ergens in het noorden | Frankrijk
8De weg bolt lekker en de zon staat al laag. Een vrouw, met dezelfde rode fietszakken als ik, fietst me tegemoet. Dezelfde zakken: een teken. Ze lijkt me een Hollandse op de terugweg van een wekenlange tocht naar Santiago de Compostella. Ze is mooi, oh jongens, wat is ze mooi. Haar lange blonde haren wuiven vanonder haar helm. Haar ogen spreken herkenning en ze lacht breed naar mij. Ik lach breed terug. We zijn intens gelukkig, zij en ik. Misschien net daarom dat we geen van beide stoppen om een praatje te slaan. Ik kijk om, maar ze rijdt al de bocht om. Zij keek ook om. Of hoop ik dat vurig? De vrouw van mijn leven is me net ontglipt, nog voor ik haar echt heb ontmoet. Zonde. Maar voor hetzelfde geld is ze natuurlijk een arrogante trut waar ik niets mee gemeen heb. Behalve een paar rode fietszakken en bovengemiddelde beenspieren.
San Sebastian | Spanje
7 Het adres van Joseba brandt in mijn zakken als ik San Sebastian nader. Het papiertje met zijn adres kreeg ik een jaar eerder van hemzelf in een restaurant in Georgië. Ik bel aan en wonder boven wonder doet de kleine vijftiger met het grappige snorretje open. Meestal is hij in de zomer aan het reizen, maar nu is hij thuis! Het duurt even voor hij beseft dat ik die Belg ben met wie hij ooit soep at in Kutaisi. Mijn bezoek is totaal onaangekondigd. De verwondering is eerst groot en dan valt het plezier binnen om een zielsverwant terug te zien. Toen ik Joseba voor het eerst ontmoette, fietste hij van Turkije naar Iran en was ik aan het liften door de Kaukasus. Nu ben ik op het verste punt van mijn eerste fietsreis. En ik kom thuis.
De volgende dag gaan we samen fietsen. Hij rijdt met een ligfiets, ik met mijn vertrouwde toerfiets, maar ik kan mijn bagage een dagje achterlaten. Hij spreekt een paar woorden Engels, ik een paar Spaans. Dat blijkt meer dan voldoende te zijn voor negentig kilometer zorgeloosheid. We vertrekken langs de glooiende Baskische kustlijn. Pittig, maar met een weids uitzicht over de blauwe vlakte. Voor we de kustlijn verlaten om via het binnenland terug te keren, zetten we onze fietsen aan de kant en duiken bloot de oceaan in. Ultieme vrijheid smaakt zout. Als we andere sportievelingen tegenkomen onderweg, roepen we luid de Baskische kreet “Appaé!” als aanmoediging.
We verzamelen appels, kastanjes en rijpe vijgen in onze fietstassen. Joseba leeft van de natuur. ’s Avonds maken we met de grote hoeveelheid pitvruchten de lekkerste appelmoes ooit – lichtjes gekarameliseerd. In combinatie met zelfgebakken brood, gepofte kastanjes, yoghurt en verse groenten uit de tuin, is het een echt feestmaal. We smullen in stilte met klassieke muziek op de achtergrond, zittend op kussens aan de open haard.
Nu fietst Joseba tien maanden door Zuid-Amerika met zijn ligfiets. Wat een held!
Luxor | Egypte
6Wanneer ik binnenga in de Vallei der Koningen, word ik aangesproken door een van de wachters. Ik val hier als eenzaat met een trekrugzak uit de toon tussen de busladingen toeristen. Maar is dat een reden om mij uit te nodigen voor a party? Blijkbaar wel. De mollige opziener Aboejad dringt aan dat ik ’s avonds bij hem thuis kom eten. Hij wil me aan zijn dochters voorstellen en daarna naar een feestje gaan. Het is een vreemd aanbod, maar wanneer hij mij thee inschenkt, besluit ik er toch op in te gaan. We spreken af om zeven uur aan de steiger van de ferry over de Nijl. Wil hij mij koppelen aan één van zijn drie dochters of aan alle drie? Zorgen voor later, eerst genieten van de schilderingen in de tombes van de farao’s. Het Indiana Jones-gevoel.
Zijn dochters blijken gelukkig geen huwbare leeftijd te hebben en mijn achterdocht was dus onterecht. De vrouw van Aboejad kookt onder andere heerlijke aubergines voor mij. Wat zeer fijn is, is dat ik haar ook te zien krijg en haar dus kan bedanken voor het lekkere eten. Dat is niet altijd het geval in Egypte. Na het eten en wat praten, is het tijd voor a party. Aboejad is niet van de magerste en toch kruip ik samen met hem en een vriend van hem op een motor. Geprangd tussen twee veertigers rijd ik naar een bar.
Daar zitten Duitse toeristen – wat verveeld en ongemakkelijk – en vooral mannelijke Egyptenaren pinten te hijsen op de tonen van Egyptische volksmuziek. De zanger laat zijn bezwerende stem in de micro constant echoën en de percussionisten jammen dat het een lieve lust is. Af en toe plaats ik ook een paar danspasjes, sterk aangemoedigd door het gezelschap. Een zatte nonkel van Aboejad pikt een sjaal van zijn neef en maakt daarmee een tulband op mijn hoofd. Het is een vreemde bedoening. Als klap op de vuurpijl komt een schaars geklede buikdanseres de avond opfleuren. De ogen van de mannen rollen uit hun kassen. Aboejad heeft me een fijne en fascinerende avond bezorgd. Waarom eigenlijk? Zomaar. Omdat het kan.
Een reactie maakt me altijd blij.