Alle berichten met als tag: ‘ reisje ’.

Metal-teletubbies

Samen met enkele mensen die ik had leren kennen op de site couchsurfing.com, zou ik één van de mooiste trektochten ter wereld maken. Laugavegurinn (letterlijk: de warme-bronnen-weg; het suffix -inn is het lidwoord ‘de’) was het plan. Helaas zou dat plan gedeeltelijk in het water vallen, maar desondanks waren de voorbije dagen een onvergetelijke en intense reiservaring.



Fimmtudagur 2 sep

Ik heb een afspraak met Johanna (een Duitse die in Wales studeert en in IJsland vrijwilligerswerk deed) en Parker (een zelfverklaarde nerd studerende in New Hampshire met een goede muzieksmaak) om samen naar de startplaats van de trektocht (Landmannalaugar) te liften. Gepakt en gezakt hebben we al snel een lift tot een tankstation een eindje buiten Reykjavík. Aan dat tankstation ontmoeten we toevallig nog een Amerikaan. Hij is van plan om op zijn eentje dezelfde trektocht te doen. Daniel (een veertiger uit New Orleans en trouwe supporter van de Saints) besluit dan maar om bij ons aan te sluiten. Onze volgende lift is een gepensioneerde IJslander die als hobby bomen kweekt. Hij vertelt ons dat hij heel blij was met het as uit de Eyjafjallajökull. De giftige stoffen in die as doodden immers de rupsen en toch bevat de as ook voedingstoffen waardoor de bomen sneller groeien. Dit is hoe de mensen hier omgaan met natuurrampen en -geweld: pragmatisch.

Nog een lift later zijn we van de ringweg rond IJsland af en staan we in een toeristische variant van een boerengat. Leirubakki (zelfs niet te vinden op Google Maps!) bestaat uit één paardenboerderij, één hotel, één campingsite en één huis. Nu komt het moeilijkste deel. De geasfalteerde weg is bijna op en hoe overbruggen we nu de laatste 50 km naar Landmannalaugar? Zes uur lang (!) onthalen we elke zeldzame truck of 4×4 enthousiast in the city of Leirubakki, maar niemand die ons een lift wil geven. Deze tijdspanne lijkt gruwelijk lang, maar het is in feite best leuk in Leirubakki. Op deze manier leer ik mijn reisgezellen kennen en het uitzicht is hier al indrukwekkend. We hebben o.a. zicht op de grootste vulkaan van IJsland, de Hekla, en op een tafelvulkaan (zie foto). Wanneer we op het punt staan om het op te geven, onze tent op te slaan en op de dure bus van morgen te wachten, stopt er een 4×4 met twee Israëliërs in. Zij blijven deze nacht in Leirubakki en reizen morgen door naar Landmannalaugar. En wij mogen mee! Nog even de hot pool in, tenten opzetten en dan dromen van morgen…

Tip: druk op het rode vergrootglas om de kaart groter te zien.


Föstudagur 3 sep

Om zeven uur begint de onwezenlijke autotrip door het IJslandse binnenland. Wanneer we het asfalt verlaten volgen de meest ongelofelijke landschappen elkaar ontzettend snel op. Ik kom ogen te kort. Terwijl de Dire Straits de auto vullen, zoeven de lavavelden, watervallen, rotspartijen, grillige bergen, maanlandschappen, uitgestrekte vlaktes, riviertjes en meren voorbij. Na een uur genieten komen we aan in het paradijselijke Landmannalaugar. We springen meteen het hete water in. Nu ontmoeten we ook Sanne (een Nederlandse redactrice die deze trip online heeft opgezet). Als we willen vertrekken op onze vierdaagse trektocht komen twee IJslandse dames onze uitrusting inspecteren. Daniel en ik voldoen niet aan de vereisten: het weer verslechtert met de minuut en met deze kleren mogen we niet vertrekken. Ik krijg een waterdichte broek in leen om over mijn twee joggings aan te doen. Een paar uur later zou blijken waarom.

Met vijf beginnen we aan het avontuur. De regen en de wind lijken nog wel mee te vallen als we door het lavaveld Laugahraun slingeren. Hier zijn we nog goed beschut door immense rotsen en we zijn nog niet begonnen aan de klim van 10 km naar 1100m boven zeeniveau. (De weersomstandigheden op deze hoogte in IJsland zijn ongeveer te vergelijken met het klimaat op 3000m in de Europese Alpen!) De omgeving is wonderschoon. Het lavaveld zou dienst kunnen doen voor het decor van een soort Metal-versie van de Teletubbies (lees: zacht glooiende heuveltjes met ruwe metershoge rotsen). Daarna komen we in een idyllische vlakte met riviertjes en gras en mos in alle kleurschakeringen. Ook de bergen zijn hier kleurrijk: van muntgroen tot roestig rood en van hagelwit tot purper.

De eerste echte klimstroken maken duidelijk dat de waarschuwingen in Landmannalaugar niet loos waren. Ik neem wat bagage over van Johanna, die het al moeilijk heeft. De rest van de trip lopen we in (!) een wolk. We wandelen zuidwaarts en de wind en zijdelingse regen geselen ons vanuit het zuidoosten (in wielertaal is dat ‘schuin op de kop’). Zonder de waterbestendige geleende broek zou ik nu aan het wenen zijn als een baby, zo erg is het. Na een dik uur zijn we al doorweekt en de wind blijft aanwakkeren. In deze onherbergzame streek kan je ook geen beschutting vinden voor de natuurelementen. Het is echt knokken! De klauterpartijen zijn behoorlijk glad en wanneer we over een kleine gletsjer (zie foto) moeten is de fun er stilaan af. (Al moet ik eerlijk toegeven dat ik stiekem wel van zo’n extreme omstandigheden hou, maar dat zeg ik niet tegen mijn sakkerende metgezellen ;-).) De zichtbaarheid vermindert en de wind heeft vrij spel op deze open bergrug. Wanneer we een bordje zien dat het nog slechts 3,5 km is tot de hut, worden ons verkleumde lijven toch even verwarmd door kortstondige euforie. Een beetje verder komen we een Noorse juffrouw tegen. Zij is alleen aan haar terugtocht naar Landmannalaugar bezig is, omdat het weer boven te slecht is om verder te gaan… Het is zeer moeilijk om haar te verstaan door het suizen van de wind, maar we begrijpen toch dat we nog een grotere gletsjer voor de boeg hebben en dat het ijs van die gletsjer er vervaarlijk blauw (en dus niet stevig) uitziet. Ze geeft ons de wijze raad om rond de gletsjer te gaan. Als we aan de gletsjer zijn aangekomen, probeer ik nog even of het toch niet mogelijk is om over de gletsjer te gaan (het aangeduide pad gaat namelijk over de gletsjer), maar de wind haalt me bijna onderuit op het gladde ijs. We besluiten dan langs boven rond de gletsjer te gaan. De ondergrond is aszwart en je zakt er in weg zoals je wegzakt in het zand van de duinen. Nadat we de gletsjer hebben gerond, zijn we bijna op de top. Door het maanlandschap hier krijgen we nu echt apocalyptische toestanden. Een beetje verder zien we eindelijk de hut en is de verlossing in zicht. We zijn doorweekt, dood, hongerig en net na ons wordt er beslist dat er niemand dat deel van de Laugavegur nog mag bewandelen wegens ‘te gevaarlijk’. Een tas oplossoep smaakte nog nooit zo goed.

wordt vervolgd…

Ik heb enkel foto’s kunnen trekken van het deel voor de kleine gletsjer, daarna was het weer te slecht… (Soms zijn de foto’s ook niet al te best door de regen op de lens. :-()