De tijd vliegt, de dagen worden korter, de temperatuur daalt en de toerist maakt langzaam plaats voor de Reykjaviker. Als je een échte toerist de weg kunt wijzen, dan mag je je toch al als ‘gesetteld’ beschouwen?
Ik heb gehoord dat op Continentaal Europa de vakantie nu ook voor iedereen voorbij is? Dat werd tijd, want ik ben al anderhalve maand aan de arbeid. Na weken gepuzzel en gemarchandeer met de Leuvense Erasmusdienst en de Universiteit van IJsland ben ik dan toch eindelijk ingeschreven voor 4 vakken (en die vervangen 5 Leuvense vakken!). Zonder enige twijfel mijn favoriet van de 4: een seminarie over Nietzsche. Elke week een blokje lezen van de Duitse filosoof en dan op donderdag anderhalf uur filosoferen. Heerlijk…
Reykjavik is - op het tweede zicht - inderdaad bruisend! Het uitgaansleven is hier meer dan OK. Ik heb mijn favoriete stek al gevonden: Bar 11 (en nee, het heeft toch niets met voetbal te maken ;-)). In die club kan je dansen op AC/DC, MGMT, Rage Against The Machine, Sigur Rós (uiteraard!), Muse, Guns N’ Roses (kamplied!) enz. … In het weekend kan je mij overdag soms vinden in Laugardalslaug of in Listasafn Reykjavíkur. Laugardalslaug (zie foto) is één van de vele openbare zwembaden in Reykjavík. Een resem warme baden (met verschillende temperaturen), één 50-meterbad binnen en één buiten, nog een groot zwembad en een fantastische glijbaan! De glijbaan heeft o.a. een stuk in het pikkedonker en een stuk met discoverlichting. Listasafn Reykjavíkur is dan weer het kunstmuseum. Ik vind het zelf niet veel soeps (tenzij je misschien een grote fan bent van de postmoderne IJslandse schilder Erró), maar er is ook een minibilbiotheek met een groot raam, waar ik al eens probeer te schrijven. Momenteel nog zonder al te veel succes, maar ik moet dan ook weer van nul beginnen na ‘Jeugdzonde’.
Op muzikaal vlak valt hier echt wel vanalles te beleven: van een akoestische festival, tot zware rock, tot experimentele techno en dat allemaal gratis. Voor hét evenement van het jaar zal ik helaas wel moeten passen: Iceland Airwaves kost wél veel geld. Het festival start vandaag, maar gelukkig zijn er ook een hoop gratis optredens in de rand! Toen ik een paar rockbands ging bekijken in de IJslandse equivalent van het Rock Café kreeg ik een gratis CD van één van de bands omdat ik zo enthousiast aan het headbangen was. Dat is natuurlijk ook een manier om de kosten te drukken: puur op enthousiasme.
Ik moet bekennen dat er toch ook nog wat toerist in mij zit, want jullie hebben nog enkel toeristische verslagen/foto’s van mij te goed. Als het hier op deze blog wat rustig is, dan heeft dat maar één reden: het is hier zalig druk.
Samen met enkele mensen die ik had leren kennen op de site couchsurfing.com, zou ik één van de mooiste trektochten ter wereld maken. Laugavegurinn (letterlijk: de warme-bronnen-weg; het suffix -inn is het lidwoord ‘de’) was het plan. Helaas zou dat plan gedeeltelijk in het water vallen, maar desondanks waren de voorbije dagen een onvergetelijke en intense reiservaring.
Fimmtudagur 2 sep
Ik heb een afspraak met Johanna (een Duitse die in Wales studeert en in IJsland vrijwilligerswerk deed) en Parker (een zelfverklaarde nerd studerende in New Hampshire met een goede muzieksmaak) om samen naar de startplaats van de trektocht (Landmannalaugar) te liften. Gepakt en gezakt hebben we al snel een lift tot een tankstation een eindje buiten Reykjavík. Aan dat tankstation ontmoeten we toevallig nog een Amerikaan. Hij is van plan om op zijn eentje dezelfde trektocht te doen. Daniel (een veertiger uit New Orleans en trouwe supporter van de Saints) besluit dan maar om bij ons aan te sluiten. Onze volgende lift is een gepensioneerde IJslander die als hobby bomen kweekt. Hij vertelt ons dat hij heel blij was met het as uit de Eyjafjallajökull. De giftige stoffen in die as doodden immers de rupsen en toch bevat de as ook voedingstoffen waardoor de bomen sneller groeien. Dit is hoe de mensen hier omgaan met natuurrampen en -geweld: pragmatisch.
Nog een lift later zijn we van de ringweg rond IJsland af en staan we in een toeristische variant van een boerengat. Leirubakki (zelfs niet te vinden op Google Maps!) bestaat uit één paardenboerderij, één hotel, één campingsite en één huis. Nu komt het moeilijkste deel. De geasfalteerde weg is bijna op en hoe overbruggen we nu de laatste 50 km naar Landmannalaugar? Zes uur lang (!) onthalen we elke zeldzame truck of 4×4 enthousiast in the city of Leirubakki, maar niemand die ons een lift wil geven. Deze tijdspanne lijkt gruwelijk lang, maar het is in feite best leuk in Leirubakki. Op deze manier leer ik mijn reisgezellen kennen en het uitzicht is hier al indrukwekkend. We hebben o.a. zicht op de grootste vulkaan van IJsland, de Hekla, en op een tafelvulkaan (zie foto). Wanneer we op het punt staan om het op te geven, onze tent op te slaan en op de dure bus van morgen te wachten, stopt er een 4×4 met twee Israëliërs in. Zij blijven deze nacht in Leirubakki en reizen morgen door naar Landmannalaugar. En wij mogen mee! Nog even de hot pool in, tenten opzetten en dan dromen van morgen…
Tip: druk op het rode vergrootglas om de kaart groter te zien.
Föstudagur 3 sep
Om zeven uur begint de onwezenlijke autotrip door het IJslandse binnenland. Wanneer we het asfalt verlaten volgen de meest ongelofelijke landschappen elkaar ontzettend snel op. Ik kom ogen te kort. Terwijl de Dire Straits de auto vullen, zoeven de lavavelden, watervallen, rotspartijen, grillige bergen, maanlandschappen, uitgestrekte vlaktes, riviertjes en meren voorbij. Na een uur genieten komen we aan in het paradijselijke Landmannalaugar. We springen meteen het hete water in. Nu ontmoeten we ook Sanne (een Nederlandse redactrice die deze trip online heeft opgezet). Als we willen vertrekken op onze vierdaagse trektocht komen twee IJslandse dames onze uitrusting inspecteren. Daniel en ik voldoen niet aan de vereisten: het weer verslechtert met de minuut en met deze kleren mogen we niet vertrekken. Ik krijg een waterdichte broek in leen om over mijn twee joggings aan te doen. Een paar uur later zou blijken waarom.
Met vijf beginnen we aan het avontuur. De regen en de wind lijken nog wel mee te vallen als we door het lavaveld Laugahraun slingeren. Hier zijn we nog goed beschut door immense rotsen en we zijn nog niet begonnen aan de klim van 10 km naar 1100m boven zeeniveau. (De weersomstandigheden op deze hoogte in IJsland zijn ongeveer te vergelijken met het klimaat op 3000m in de Europese Alpen!) De omgeving is wonderschoon. Het lavaveld zou dienst kunnen doen voor het decor van een soort Metal-versie van de Teletubbies (lees: zacht glooiende heuveltjes met ruwe metershoge rotsen). Daarna komen we in een idyllische vlakte met riviertjes en gras en mos in alle kleurschakeringen. Ook de bergen zijn hier kleurrijk: van muntgroen tot roestig rood en van hagelwit tot purper.
De eerste echte klimstroken maken duidelijk dat de waarschuwingen in Landmannalaugar niet loos waren. Ik neem wat bagage over van Johanna, die het al moeilijk heeft. De rest van de trip lopen we in (!) een wolk. We wandelen zuidwaarts en de wind en zijdelingse regen geselen ons vanuit het zuidoosten (in wielertaal is dat ‘schuin op de kop’). Zonder de waterbestendige geleende broek zou ik nu aan het wenen zijn als een baby, zo erg is het. Na een dik uur zijn we al doorweekt en de wind blijft aanwakkeren. In deze onherbergzame streek kan je ook geen beschutting vinden voor de natuurelementen. Het is echt knokken! De klauterpartijen zijn behoorlijk glad en wanneer we over een kleine gletsjer (zie foto) moeten is de fun er stilaan af. (Al moet ik eerlijk toegeven dat ik stiekem wel van zo’n extreme omstandigheden hou, maar dat zeg ik niet tegen mijn sakkerende metgezellen ;-).) De zichtbaarheid vermindert en de wind heeft vrij spel op deze open bergrug. Wanneer we een bordje zien dat het nog slechts 3,5 km is tot de hut, worden ons verkleumde lijven toch even verwarmd door kortstondige euforie. Een beetje verder komen we een Noorse juffrouw tegen. Zij is alleen aan haar terugtocht naar Landmannalaugar bezig is, omdat het weer boven te slecht is om verder te gaan… Het is zeer moeilijk om haar te verstaan door het suizen van de wind, maar we begrijpen toch dat we nog een grotere gletsjer voor de boeg hebben en dat het ijs van die gletsjer er vervaarlijk blauw (en dus niet stevig) uitziet. Ze geeft ons de wijze raad om rond de gletsjer te gaan. Als we aan de gletsjer zijn aangekomen, probeer ik nog even of het toch niet mogelijk is om over de gletsjer te gaan (het aangeduide pad gaat namelijk over de gletsjer), maar de wind haalt me bijna onderuit op het gladde ijs. We besluiten dan langs boven rond de gletsjer te gaan. De ondergrond is aszwart en je zakt er in weg zoals je wegzakt in het zand van de duinen. Nadat we de gletsjer hebben gerond, zijn we bijna op de top. Door het maanlandschap hier krijgen we nu echt apocalyptische toestanden. Een beetje verder zien we eindelijk de hut en is de verlossing in zicht. We zijn doorweekt, dood, hongerig en net na ons wordt er beslist dat er niemand dat deel van de Laugavegur nog mag bewandelen wegens ‘te gevaarlijk’. Een tas oplossoep smaakte nog nooit zo goed.
wordt vervolgd…
Ik heb enkel foto’s kunnen trekken van het deel voor de kleine gletsjer, daarna was het weer te slecht… (Soms zijn de foto’s ook niet al te best door de regen op de lens. :-()
Wat hebben Ella Fitzgerald, Bill Clinton, James Hetfield en Brecht Castel gemeen…? Ze aten allemaal een hotdog bij Bæjarins Beztu Pylsur (vrij vertaald: De beste hotdog van de stad). Trouwens niet alleen deze mensen deden dit, ook omzeggens álle IJslanders. Dan is het misschien niet verwonderlijk dat The Guardian deze familiezaak uitriep tot ‘beste hotdogstand ter wereld’?! Toen Bæjarins Beztu starrte, in 1937, kreeg je een worst op een papier (dus zonder broodje) in combinatie met warme melk (!). Meer dan 70 jaar en 3 generaties later krijg je een heerlijk broodje, een zalige worst, verse uitjes, knapperige gebakken uitjes, ketchup, zachte mosterd en remoulade. Tenminste, als je eina með öllu besteld. Eén saus (mosterd) leek mij wel voldoende voor een eerste kennismaking met het nationale voedsel van IJsland, maar het moet gezegd: dit was VERUIT de beste hotdog die ik ooit gegeten heb. Meer woorden ga ik daar niet aan vuilmaken, want alle woorden ter wereld schieten te kort om die smaak te beschrijven… (En dan overdrijf ik nog geeneens.)
P.S.: Ik heb al een ‘puntje’ voor de eerste chirovergadering wanneer ik terug thuis ben. De kookleiding moet een reisje naar Reykjavík cadeau krijgen op kosten van de chiro, als research om het laatste avondmaal op chirokamp nóg beter te maken.
Het eerste wat ik deed op IJslandse bodem? Een slof Marlboro kopen. Meteen al mijn principes en mijn gezonde levensstijl de vuilbak in. Nee, wees gerust, die tax-free sigaretten dienden als ruilmiddel (nu ja, ruilmiddel, ik kreeg ze meteen terugbetaald) voor een sofa om op te surfen. Ergens in Reykjavík stond er namelijk een losse voordeur op mij te wachten. Om half drie lokale tijd (!) greep ik, met kloppende hart, de klink van een huisje in de Grundarstígur vast. En jawel, ik kon inderdaad binnengaan in een wildvreemd huis. Badkamer aan de linkerkant, rechts een deur met daarachter een stapelbed en boven in dat stapelbed een plaatsje voor mij. Tenminste: dat was wat Sabrina mij online had verteld. Ik klim dus op het laddertje van dat stapelbed, wanneer ik plots merk dat daar al iemand ligt! Net op tijd… ‘s Ochtens zou blijken dat er een koppel sympathieke New Yorkers in dat stapelbed lag. Aan volk trouwens geen gebrek in dat kleine huisje: 5 couchsurfers, Sabrina en haar man, Sabrina’s Italiaanse ouders, twee kinderen, nog iemand en dan af en toe nog andere mensen die ik niet meteen kon plaatsen. Gezellige boel!
Eerste indrukken van Reykjavík: zeer mooie propere stad, vriendelijke mensen en veel te beleven! Het bekendste gebouw in Reykjavík is de Hallgrímskirkja en dat mag gezien worden (zie foto’s onderaan). De binnenkant hou ik voor een druilerige dag, vermits mijn eerst dag in IJsland, de naam IJsland onwaardig was. Een lekker zonnetje, kuieren in T-shirt en een frisse duik in de zee aan het strandje Nauthólsvík.
Een ‘frisse’ duik is wel het understatement van de eeuw, want hier is ‘ijskoud’ wél op zijn plaats. Een andere ijsbeer (lees: een IJslander die even zot was als ik om te gaan zwemmen) gaf mij de tip om rustig mijn adem te controleren en een halve minuut door te bijten. Desondanks smeekten mijn bevroren tenen en vingers mij, na een tiental minuten, om warmere oorden op te zoeken. Dat deed ik dan ook: van het ijskoude zeewater in een gloeiend heet bad. Puur genieten…
Terug in het centrum van Reykjavík stootte ik op een steengoede DJ, die op een pleintje loeihard aan het draaien was. Een bizarre bedoening, maar waarom niet even dansen in de zon? Mijn eerste feestje in IJsland was er één van 16u tot 18u. Het is mij trouwens nu al duidelijk dat de hoofdstad van Ísland bruist van de creativiteit. Zeer veel kleine kunstgalerijen, moderne kunst in de straten en een bruisende muziekscène. Een stad naar mijn hart!
Bless bless!
Tip: bij sommige foto’s krijg je info te zien als je met je cursor op de foto’s gaat staan.