Stille getuigen van (wan)hoop - Tavankut en Kelebija (Servië)
Half verdoofd volg ik mijn GPS. Nog dertig kilometer door Subotica en dan naar mijn slaapplaats in Tavankut. Ik vind Slavisa’s huis makkelijk. Hij is niet thuis en ik bel hem. Hij is op een verjaardagsfeestje, maar hij komt even af om me binnen te laten. Dat betekent rust en tijd om alles wat te laten bezinken. Ik heb ingrediënten om een omelet en salade te maken, ik neem een douche en vertel dan mijn dag aan een vriendin via Skype.
Met jaloezie aanhoor ik soms verhalen van Belgen die jong waren toen de muur viel in 1989. Sommigen voelden dat er geschiedenis in de maak was en sprongen de trein op of begonnen te liften naar Berlijn om daar het volksfeest mee te maken. Ik denk dat ik graag een van hen was geweest indien ik toen jong was. Maar het is 2016 en ik reis door Europa om te zien hoe een nieuwe muur is opgeworpen. Een extra verdedigingsmuur van Fort Europa. Een extra linie om mensen op zoek naar een beter leven buiten te houden.
De volgende dag fiets ik met Slavisa opnieuw naar een stuk wal. Onderweg stoppen we bij Bojan, een vriend van hem. Hij vertelt dat hij op deze weg al veel vluchtelingen heeft zien passeren, vooral ’s nachts. Sommige worden hier in de buurt afgezet door taxichauffeurs of Serviërs die een centje willen bijverdienen. Ze zetten de onwetende Syriërs af aan een afsluiting van een wei en zeggen dat dat de grens met Hongarije is. Enkele honderden meters verder komen ze dan tot de vaststelling dat het toch niet zo makkelijk zal worden. Een migratiestroom brengt opportuniteiten met zich mee voor mensen met goede en kwade bedoelingen.
Meer van hetzelfde. IJzer zover het oog reikt. Vlak naast de grens staat een boerderij. De boer komt er net aan en slaat een praatje met Slavisa.
De Servische boer Mile woont hier al heel zijn leven. Hij vertelt aan Slavisa het ene trieste en straffe verhaal na het andere. Families schuilen hier ’s nachts in de bossen om het juiste moment af te wachten. De baby’s huilen niet. Mile denkt dat ze kalmeerpillen krijgen. Dan toont hij foto’s op zijn smartphone van mensen op quads met zwarte helmen en zware kniptangen. Het zijn smokkelaars die probeerden een doorgang te maken voor een stormloop. Wat zijn cowboyverhalen, wat is realiteit? Het feit dat wat Mile als ooggetuige vertelt, niet onwaarschijnlijk is, zegt al veel.
De volgende dag zoek ik het geïmproviseerde tentenkamp waar Syriërs, Irakezen en Afghanen wachten om Hongarije binnen te mogen in Kelebija. In mijn zoektocht naar die plek kom ik eerst uit bij nog een stuk grens. Rustig trek ik foto’s tot ik waargenomen word door een warmtecamera en de grenspolitie mij vanuit Hongarije vriendelijk verzoekt om weg te gaan.
Hier liggen ze weer. Een deken, een schoen, een pamper, kaartjes van een gezelschapsspel… De stille getuigen van hoop en wanhoop. Bovengrondse archeologische vondsten van het heden. Een onverwerkt heden. Een heden dat we misschien liever onder een laag zand zouden steken.
Hopelijk wordt het ook hier ooit weer 1989.
Het artikel ‘From Subotica to Subotica: the refugees crisis one year later’ vormt een goede aanvulling op mijn tekst. De fotograaf Jérôme Cid bezocht dezelfde streek ook voor de muur was gebouwd. Zijn artikel is beschikbaar in het Engels en het Frans. Een interview met hem volgt later in het kader van Tegen de Stroom in.
De locaties van deze impressie:
Weer sterk en aangrijpend maar ook intriest. Niet vanzelfsprekend om alleen te verwerken…
Ik heb veel gehad aan Slavisa en aan een Skypegesprek met ‘België’. 🙂 Maar het zinderde wel een tijdje na, ja. 🙂
Bedankt!